Doorverwezen van plons > plonzen Toon zonder doorverwijzing

plonzen

werkw.
Uitspraak:  [ˈplɔnzə(n)]
Vervoegingen:  plonsde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is geplonsd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

plotseling in het water vallen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gooien ploeteren springen

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik plonsde, heb of ben geplonsd), zie PLOMPEN.
  2. 1) Gooien 2) Plempen 3) Pletsen 4) Ploeteren 5) Springen
  3. 1> de plonsstok hanteren. 2> met een smak in het water (doen) geraken.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
plonzen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `plonzen`.