Doorverwezen van planken > plank Toon zonder doorverwijzing

de plank

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [plɑŋk]
Verbuigingen:  plank|en (meerv.)

langwerpig stuk hout dat uit een boomstam is gezaagd
Voorbeelden:  `vloerplanken`,
`snijplank`
de plank volledig misslaan  (ongelijk hebben, je vergissen)
zo stijf als een plank  (erg stijf)
de planken  (het toneel; het theater) `Ze stond al vanaf haar zeventiende op de planken.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
lat plaat schap

Spreekwoorden en zegswijzen
• van de bovenste plank (=van de beste kwaliteit)
• een geeltje van de plank nemen (=een oude preek herhalen)
• de plank misslaan. (=niet het goede inzicht hebben; ernaast zitten.)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met plank een ander begrip versterken?
plankhard; stijf als een plank; van de bovenste plank; plat als een plank; strak als een plank;

8 definities op Encyclo
  1. (zie skidblock) Een plaat vervaardigd uit hout, die aan de onderkant van de wagen wordt bevestigd. Het is bedoeld om een sterk zuigeffect te voorkomen, waardoor het omwil...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), plat gezaagd betrekkelijk breed hout; deel; eene - leggen (van den wal naar een schip); met -en (iets) beschoeijen; [figuurli...
  3. Een plank is van hout en is dus uit een boomstam gezaagd. De manier waarop dat gebeurt, de plaats ten opzichte van de kern, bepaalt op welke manier de plank 'krom' kan tr...
  4. plat lang stuk hout vb: het hek is gemaakt van planken hij slaat de plank mis [hij vergist zich] ik ben zo stijf als een plank [heel erg stijf] van de bovenste plank [zee...
  5. 1) Bewerkt stuk hout 2) Bord 3) Breed plat stuk hout 4) Deel 5) Deel hout 6) Deel van een kast 7) Deel van een krat 8) Gezaagd stuk hout 9) Grondregel 10) Keukengerei 11)...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met plank:
plankenplankenkoortsplankenvreesplankgasplankierplanktonplankzeilenplankzeilerplankzeilers

Deze woorden eindigen op plank:
boekenplankduikplanklesplankloopplankbroodplankleesplankdamwandplankkaasplanksnijplankspringplankhoedenplankstrijkplanksurfplankzwiepplankzeilplank

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. plank (plat stuk hout)
  2. plank (voetzool)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `plank` kennen.