Doorverwezen van pist > pissen Toon zonder doorverwijzing

pissen

werkw.
Uitspraak:  ['pɪsə(n)]
Vervoegingen:  piste (volt.deelw.)
Vervoegingen:  heeft gepist (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

urineren informeel
Voorbeeld:  `Loop maar vast door, ik moet nog even pissen.`
Synoniem:  piesen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
piesen urineren

Intensiveringen
Hoe kun je met pissen een ander begrip versterken?
pislink; pisnijdig
Hoe kun je pissen krachtiger uitdrukken?
pissen als een paard; pissen als een rund; pissen als een stier;

5 definities op Encyclo
  1. urine uitstoten vb: (plat) Govert is even pissen naast de pot pissen [overspel plegen]
  2. • [informeel] plassen.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik piste, heb gepist), zijn water loozen; wateren. *...SER, m., *...STER, v. (-s), die pist. *...SERTJE, (B. ...
  4. 1) Piesen 2) Plassen 3) Urineren
  5. urineren Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
pissen (plassen; urineren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `pissen`.