Doorverwezen van pauzeert > pauzeren Toon zonder doorverwijzing

pauzeren

werkw.
Uitspraak:  [pɑuˈzerə(n)]
Vervoegingen:  pauzeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gepauzeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

een bezigheid onderbreken om te rusten
Voorbeeld:  `We pauzeren even een kwartiertje en dan gaan we weer verder.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
rusten schaften

2 definities op Encyclo
  1. ergens kort mee stoppen vb: we pauzeren om 10 uur voor de koffie
  2. 1) Even stoppen 2) Onderweg stilhouden 3) Pozen 4) Rust houden 5) Rusten 6) Schaften 7) Tijdelijk stoppen 8) Wachten 9) Zich verpozen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
pauzeren

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `pauzeren`.