Doorverwezen van paprika's > paprika Toon zonder doorverwijzing

de paprika

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ˈpaprika]
Verbuigingen:  paprika|'s (meerv.)

1) groene, gele of rode vrucht die als groente wordt gegeten
Voorbeeld:  `gevulde paprika`

2) specerij gemaakt van gedroogde paprika (1)
Voorbeeld:  `een snufje paprika`

© Kernerman Dictionaries.

10 definities op Encyclo
  1. •"Capsicum annuun", tot dit geslacht behoren zowel de hete peper (Spaanse peper) als de zoete peper (paprika).
  2. Paprika is een Engelse meisjesnaam. Het betekent `kruiden`.
  3. rode, gele, of groene vrucht met binnenin rijen witte zaadjes vb: als groenten eten we vandaag paprika en tomaat
  4. 1) Geneeskrachtige plant 2) Gele vrucht 3) Groente 4) Hongaarse peper 5) Hongaarse rode peper 6) Keukenkruid 7) Keukenkruid of specerij 8) Kruiderij 9) Peper (hong.) 10) ...
  5. Latijnse naam: CAPSICUM ANNUUM L. YOLO WONDER, Familie: Poivron
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met paprika:
paprika's

Herkomst volgens etymologiebank.nl
paprika (zoete peper, plant met rode, groene of gele vruchten Capsicum annum)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `paprika` kennen.