Doorverwezen van opgegeven > opgeven Toon zonder doorverwijzing

opgeven

werkw.
Uitspraak:  ɔpxevə(n)]
Vervoegingen:  gaf op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgegeven (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) stoppen met iets doen
Voorbeeld:  `Halverwege de marathon had ongeveer de helft van de deelnemers het al opgegeven vanwege de hitte.`
Synoniem:  ophouden
De patiënt is opgegeven.  (de patiënt kan niet genezen worden)

2) (gegevens) laten weten aan iemand of een instantie
Voorbeelden:  `je telefoonnummer en adres opgeven aan de verzekering`,
`een raadsel opgeven`

3) noemen als lid of deelnemer
Voorbeeld:  `je opgeven voor een kookcursus`
Synoniem:  aanmelden

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanmelden aanvragen afhaken afleggen afstand afvallen afzeggen afzien van braken capituleren de brui geven aan dicteren eraan geven ermee uitscheiden eruitstappen hoop opgeven inschrijven intekenen ophouden opofferen overgeven prijsgeven staken stoppen subscriberen uitleveren uitscheiden zich overgeven

Intensiveringen
Uitdrukkingen die opgeven betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
de handdoek in de ring gooien;

5 definities op Encyclo
  1. •de strijd staken en zich gewonnen geven. •een in- of uitgavepost vermelden. •"hoog ~ over": de loftrompet steken over iet of iemand •tweede betekenisomschrijving...
  2. Uit `De lagere vaktalen: Taal van post-, telegraaf- en telefoonpersoneel` 1914 een telegram, een telefoonnummer opgeven.
  3. het noemen vb: wilt u uw naam en adres opgeven? ermee ophouden vb: na twee keer proberen gaf hij het spel al op de moed opgeven [geen moed meer hebben]
  4. 1) Aangeven 2) Aanmelden 3) Aanmoedigen 4) Aanreiken 5) Aanvragen 6) Afbreken 7) Afhaken 8) Afleggen 9) Afschaffen 10) Afstand 11) Afstappen 12) Afstel 13) Afstellen 14) ...
  5. [Nederlands] ergens mee stoppen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
opgeven

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `opgeven` kennen.