• twee ruggen uit een varken willen snijden (=uit één ding dubbel het voordeel willen halen) • nieuwe messen snijden scherp (=met iets (iemand) nieuws is het aangenaam werken) • je in de vingers snijden (=jezelf (onbedoeld) benadelen) • iemands levensdraad afsnijden (=doden) • iemand de pas afsnijden (=iemand verhinderen een bepaalde actie uit te voeren) Toon alle 10 spreekwoorden die nijden bevatten
2 definities op Encyclo
Uit `De lagere vaktalen: Taal der smeden en koperslagers ` 1914 een nijdnagel vastklinken.