Doorverwezen van mutsen > muts Toon zonder doorverwijzing

de muts

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [mʏts]
Verbuigingen:  muts|en (meerv.)

1) kledingstuk dat je op je hoofd draagt
Voorbeeld:  `een warme, wollen muts`

2) domme vrouw

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
baret hoofddeksel huif ijsmuts kap vagina

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo vast staan als een muts met zeven keelbanden (=erg vast staan)
• met de muts naar iets gooien (=ergens geen zorg aan besteden)
• met de muts gooien naar (=er een slag naar slaan, ernaar raden)
• een veer op zijn muts steken (=een compliment geven/krijgen)
• de muts zich verkeerd staan (=een slecht humeur hebben)
Naar de spreekwoorden

13 definities op Encyclo
  1. hoofddeksel van soepel materiaal vb: hij heeft een wollen muts op tegen de kou zijn muts staat verkeerd [hij is niet goed te spreken, niet vrolijk]
  2. zie bonnet
  3. Zie Bonnet.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), hoofddeksel; [figuurlijk] de - staat hem niet wel, hij is verdrietig; hij is zoo gek niet als hem de - staat (als men hem wel...
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Muts``] 1o. Pet. Zie Hoofddeksel. 2o. Muts of Bonnet. Zie Bonnet
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met muts:
mutsen

Deze woorden eindigen op muts:
bivakmutsbadmutsslaapmutskoksmutskardinaalsmutspapenmutsfeestmutstheemutsklapmuts

Herkomst volgens etymologiebank.nl
muts (hoofddeksel)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `muts`.