Doorverwezen van meubels > meubel Toon zonder doorverwijzing

het meubel

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['møbəl]
Verbuigingen:  meubel|s, meubel|en (meerv.)

iets dat je in je huis zet om er prettig te kunnen wonen, zoals een bed, kast, stoel
Voorbeeld:  `zitmeubelen`
Synoniem:  meubelstuk

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
inrichting meubelstuk onderdeel

7 definities op Encyclo
  1. voorwerp voor in de huiskamer vb: stoelen en tafels zijn meubelen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-en), stuk huisraad; [figuurlijk] een onnut -, nutteloos mens. ~EREN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik meubeleerde, heb ...
  3. •voorwerp dat behoort tot de inrichting van een kamer, zoals een bank, stoel, tafel, kast, bed etc.
  4. 1) Huisraad 2) Inrichting 3) Lastig mens 4) Meubelstuk 5) Onderdeel 6) Persoon 7) Sikkeneurig mens 8) Stuk huisraad
  5. Een meubel kan ook gemaakt zijn van o.a. steigerhout.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met meubel:
meubelboulevardmeubelboulevardsmeubeldemeubeldenmeubelenmeubelfabriekmeubelmakermeubelmakersmeubelontwerpermeubelontwerpersmeubelontwerpstermeubelsmeubelstukmeubelstukkenmeubelt

Deze woorden eindigen op meubel:
bemeubeltelevisiemeubelbadkamermeubelkant-en-klaarmeubel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
meubel (stuk huisraad)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `meubel` kennen.