Doorverwezen van krui > kruien Toon zonder doorverwijzing

kruien

werkw.
Verbuigingen:  kruide<br>(krooi)
Verbuigingen:  gekruid<br>(gekrooien)

1) een molen met de wieken op de wind zetten

2) iets vervoeren op een karretje of kruiwagen
Voorbeelden:  `Hij kruide de stenen naar de metselaars.`,
`Terwijl hij een kruiwagen geladen met steenen, naar het schip krooi viel hij van de loopplank en verdween in de diepte.`

3) ''van ijsschollen'' over en op elkaar schuiven


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
karren

Spreekwoorden en zegswijzen
• hij zal mijn koffer niet kruien (=hem zal ik mijn zaken niet toevertrouwen)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. 1> zie wegen. 2> het op elkaar schuiven van ijsschotsen. Kruiend ijs is een groot gevaar voor schepen. Niet alleen kunnen er ijsdammen gevormd worden, die de verdere door...
  2. 1) Een molen naar de wind zetten 2) Het over elkaar schuiven van ijsschotsen 3) Het overeenschuiven van ijsschotsen 4) Karren 5) Koffers sjouwen 6) Kroden 7) Molen naar d...
  3. losgaan en met de stroom afdrijven van drijfijs
  4. Wiekenkruis recht op de wind draaien. Als de windrichting verandert moet er worden gekruid.
  5. losgaan van drijfijs dat vervolgens met de stroom afdrijft en omhoog komt tegen een oever
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op kruien:
verkruien

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kruien (een kruiwagen voortduwen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 86% van de Vlamingen het woord `kruien`.