Doorverwezen van kosters > koster Toon zonder doorverwijzing

de koster

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈkɔstər]
Verbuigingen:  koster|s (meerv.)

iemand die zorgt dat de kerk er netjes uitziet

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bode conciërge kerkdienaar pedel sacrista stafdrager

10 definities op Encyclo
  1. beheerder van een kerkgebouw vb: de koster luidde de kerkklok
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), opzigter, kerkbewaarder, sakristijn. ~SAMBT, o. ~ES, v. (-s), vrouw van den koster; vrouw die het kostersambt waarneemt. ~IJ, ...
  3. Persoon belast met de zorg voor het kerkgebouw en alles wat voor de kerkdienst nodig is.
  4. •kerkelijke bediende, die met de zorg van het kerkgebouw, en het vlot verloop van de kerkdiensten belast is.
  5. 1) Beroep 2) Bode 3) Conciërge 4) Controleur 5) Custos 6) Humorist in nederland 7) Inspecteur 8) Kerkbediende 9) Kerkbewaarder 10) Kerkdienaar 11) Kerkelijk beroep 12) K...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met koster:
kosters

Herkomst volgens etymologiebank.nl
koster (opzichter van een kerkgebouw)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `koster`.