Doorverwezen van knevels > knevel Toon zonder doorverwijzing

de knevel

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  knevels
Verbuigingen:  kneveltje

1) een prop, doek of stuk plakband waarmee iemand het spreken belet wordt
Voorbeeld:  `Ze deden ruw een stuk plakband als knevel over zijn mond.`

2) een grote brede snor waarvan het lijkt dat deze het spreken zou bemoeilijken
Voorbeeld:  `De mannen hadden indrukwekkende knevels.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
snor snorbaard

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), baard op de bovenlip; borstels (van de kat); breidelstok; figuurlijk sterke -, fiksche vent; (ook) grove domoor. ~AAR, m. (-...
  2. Uit `De lagere vaktalen: Taal der Loodgieters, zinkbewerkers en gasfitters` 1914 streng, kort bindkoord.
  3. Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 touwen bij het vastmaken van een stelling.
  4. Uit `De lagere vaktalen: De steenbakkerstaal` 1914 tand, die de stukken hout der brug aaneenhecht.
  5. Tapse houten pen.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met knevel:
kneveldekneveldenknevelenknevelsknevelt

Herkomst volgens etymologiebank.nl
knevel (dwarshoutje, boei; snor)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `knevel`.