Doorverwezen van klossen > klos Toon zonder doorverwijzing

de klos

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [klɔs]
Verbuigingen:  klos|sen (meerv.)

1) staafje hout of plastic om een draad of touw omheen te wikkelen
Voorbeeld:  `een klosje zwart garen`

2)
de klos zijn  (getroffen worden (door iets vervelends)) `Bij ontslagen zijn ouderen het eerst de klos.` Synoniem: het slachtoffer zijn

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bobijn garenklos hasp spoel werktuig om garen te winden winder winding

Spreekwoorden en zegswijzen
• veel garen op zijn klos hebben (=veel te zeggen hebben - veel aanmerkingen maken)
Naar de spreekwoorden

11 definities op Encyclo
  1. 1> klamp(2). 2> oplanger: stuk hout waarmee een zitter verlengd wordt en dat met de zitter
  2. blokje hout vb: er moeten klossen onder het bed om het te verhogen de klos zijn [het slachtoffer zijn]
  3. Uit de muur stekend houten of gemetseld blokje ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw, zoals de dakgoot e.d. Klossen zijn eenvoudige consoles.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [bijvoorbeeld] ), (-sen), garenwinder; gerand blokje om kant te maken; houten rolletje; (zeew.) koldergat; [bij timmerlieden] ) hout...
  5. •spoel waaromheen een draad gewonden is.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met klos:
klossenklostklosteklosten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. klos (rond stuk vilt waarvan men een hoed perst)
  2. klos (soort overschoen)
  3. klos (spoel)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `klos`.