Doorverwezen van kapellen > kapel Toon zonder doorverwijzing

de kapel

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [kaˈpɛl]
Verbuigingen:  kapel|len (meerv.)

1) klein gebouw of ruimte in een kerk voor godsdienstige handelingen
Voorbeelden:  `rouwkapel`,
`doopkapel`

2) kleine groep mensen die muziek maakt, vooral op blaasinstrumenten
Voorbeeld:  `blaaskapel`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
blaaskapel fanfare fanfarekorps harmonie kerk muziekkorps

14 definities op Encyclo
  • Lat. capella, kleine mantel; kleine, zelfstandige gebedsruimte in een kerk; kleine kerk zonder parochierechten en met een bijzonder dooi, zoals bijvoorbeeld een doop- o...
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Kapel``] Houten deksel, tot bedekking van het zundgat dienende
  • •klein kerkgebouw. •plaats in een gebouw of kerk voor speciale aanbiddingen. •dagvlinder
  • kleine ruimte of apart gebouwtje voor kerkdiensten vb: de mis werd opgedragen in de kapel
  • Let op: Spelling van 1858 bijkerkje, bedehuis; gesloten volstemmig gezelschap van muzikanten bij eenen vorst; vereeniging van toonkunstenaars, waarvan de opperste kapelme...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met kapel:
    kapelaankapelaanskapellenkapelmeesterkapelmeesters

    Deze woorden eindigen op kapel:
    dakkapel

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. kapel (bedehuis)
    2. kapel (essayeursschaaltje, cupel)
    3. kapel (vlinder)