Doorverwezen van kakelt > kakelen Toon zonder doorverwijzing

kakelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈkakələ(n)]
Vervoegingen:  kakelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekakeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van kippen) geluid maken
Voorbeeld:  `Als ze zo kakelt, heeft ze een ei gelegd.`

2) (van mensen) hard praten, vaak zonder veel kennis
Voorbeelden:  `Wat zitten jullie te kakelen, wees eens wat rustiger.`,
`En maar kakelen over normen en waarden.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
babbelen klappen kletsen kwaken kwebbelen kwekken kwetteren praten snateren spreken wauwelen zwammen

Intensiveringen
Hoe kun je met kakelen een ander begrip versterken?
kakelbont;

5 definities op Encyclo
  1. het roepen van kippen Jaar van herkomst: 1477 (Teuth. )
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik kakelde, heb gekakeld), klokken (van hoenders als zij eieren leggen); [figuurlijk] babbelen, snateren.
  3. Geluiden die kippen maken. Alternatieven: kakelend
  4. tok tok roepen vb: de kippen zaten te kakelen op hun stokken hard en druk praten vb: wat zaten die moeders weer te kakelen
  5. 1) Babbelen 2) Dierengeluid 3) Druk babbelen 4) Druk praten 5) Geluid van een kip 6) Geluid van kip 7) Geluid van kippen 8) Kippengeluid 9) Klappen 10) Kletsen 11) Kwaken...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kakelen (kippengeluid maken, snateren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `kakelen`.