Doorverwezen van gejengeld > jengelen Toon zonder doorverwijzing

jengelen

werkw.
Verbuigingen:  jengelde
Verbuigingen:  gejengeld

1) enz.

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het jengelen in de tweede betekenis erin.`

3) zeuren, zaniken, jammeren, tot last zijn
Voorbeeld:  `Die kinderen jengelen de hele dag.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
dreinen drenzen

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. gelijkvloeiend (ik jengelde, heb gejengeld), (iem.) tot last zijn.
  2. 1) Dreinen 2) Drenzen 3) Dwingerig huilen 4) Huilen 5) Neuzelen 6) Simmen 7) Simpen 8) Zaniken 9) Zeuren
  3. dwingend huilen Jaar van herkomst: 1528 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
jengelen (aanhoudend zaniken, dwingend huilen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 86% van de Vlamingen het woord `jengelen`.