Doorverwezen van jank > janken Toon zonder doorverwijzing

janken

werkw.
Uitspraak:  [ˈjɑŋkə(n)]
Vervoegingen:  jankte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gejankt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van bepaalde dieren) hoog en klagend geluid maken
Voorbeeld:  `De hond van de buren is alleen thuis en jankt voortdurend.`

2) (van mensen) huilen
Voorbeeld:  `Wat een rotzooi is het hier. Ik kan wel janken.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
brullen dreinen gillen grienen huilen krijsen schreeuwen snikken snotteren wenen

6 definities op Encyclo
  1. tranen laten vloeien vb: zij moest natuurlijk weer janken bij die film Synoniemen: huilen schreien wenen Tegenstelling: lachen klaaglijke geluiden maken vb: de wolven jan...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik jankte, heb gejankt), klagende huilen; de honden, vossen enz. janken; [figuurlijk] schreeuwen, krijten (van ki...
  3. •traanvocht uitscheiden door emotie.
  4. 1) Brullen 2) Dierengeluid 3) Dreinen 4) Galpen 5) Geluid van een hond 6) Geluid van een hyena 7) Geluid van een kat 8) Geluid van een wolf 9) Geluid van hond 10) Geluid ...
  5. Met hoge snelheid rijden of de motor veel toeren laten maken.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
janken (jammerend huilen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `janken`.