invuil

bijv.naamw.

heel smerig
Voorbeelden:  `Ze hadden nooit van z'n leven Japie Regenboog zo invuil moeten beledigen.`,
`(...) en vlucht met zijn dochters weg onderzee...`


Bron: WikiWoordenboek.

Deze woorden eindigen op invuil:
in- en invuil