ingeel

bijv.naamw.

erg geel
Voorbeelden:  `Het blauw-wit van het geveltje onder de bomen scheen me niet scherp genoeg, het speieren van de zon, ingeel, gloeiend op de koornvelden, kwam me flauw voor en afgevaald`,
`(...) en vlucht met zijn dochters weg onderzee...`


Bron: WikiWoordenboek.

Deze woorden eindigen op ingeel:
in- en ingeel