Doorverwezen van huw > huwen Toon zonder doorverwijzing

huwen

werkw.
Uitspraak:  [ˈhywə(n)]
Vervoegingen:  huwde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is gehuwd (volt.deelw.)

voor de wet of voor de kerk beloven dat je gaat samenwonen en voor elkaar en je kinderen zult zorgen
Voorbeeld:  `Mijn broer heeft mijn vriendin gehuwd.`
Synoniem:  trouwen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
trouwen

Taaladvies
  1. Wat is correct: bruidslijst of huwelijkslijst? Zie Bruidslijst / huwelijkslijst
  2. Wordt deze samenstelling aaneen geschreven, of komt er een spatie tussen? Zie jonggehuwd koppel / jong gehuwd koppel
  3. Wordt deze samenstelling aaneen geschreven, of komt er een spatie tussen? Zie pasgetrouwd koppel / pas getrouwd koppel


4 definities op Encyclo
  • iemand tot je wettige echtgenoot nemen vb: wanneer zullen zij nu eens gaan huwen? Synoniem: trouwen Tegenstelling: scheiden
  • •trouwen
  • trouwen Jaar van herkomst: 1236 (CG I Gent )
  • 1) Als vrouw nemen 2) Delen 3) Echten 4) Houwen 5) In de echt treden 6) Nestelen 7) Paren 8) Trouwen
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op huwen:
    schuwenverafschuwenwaarschuwen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    huwen (in de echt treden, trouwen)