Doorverwezen van huwelijkspartners > huwelijkspartner Toon zonder doorverwijzing

de huwelijkspartner

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['hywələkspɑrtnər]
Verbuigingen:  huwelijkspartner|s (meerv.)

degene met wie je getrouwd bent
Voorbeelden:  `je huwelijkspartner kiezen`,
`verblijfsvergunning voor een huwelijkspartner`
Synoniem:  echtgenoot

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
echtgenoot echtgenote partij

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Echtgenoot 2) Echtgenote 3) Eega 4) Partij
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met huwelijkspartner:
huwelijkspartners