Doorverwezen van gehoort > horen Toon zonder doorverwijzing

horen

werkw.
Uitspraak:  [ˈhorə(n)]
Vervoegingen:  hoorde (verl.tijd )
Vervoegingen:  heeft gehoord (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) met je oren waarnemen
Voorbeeld:  `de vogels horen zingen`
niets van zich laten horen  (geen contact opnemen) `Mijn zoon heeft al een tijd niets van zich laten horen.`
Horen en zien vergaat je.  (er is heel veel lawaai)
Wie niet horen wil, moet voelen.  (wie niet wil gehoorzamen, ondervindt uiteindelijk negatieve gevolgen)

2) (van iets of iemand) een vaste plaats hebben
Voorbeeld:  `De borden horen in de kast.`

3) volgens bepaalde opvattingen moeten
Voorbeeld:  `In een restaurant hoor je met mes en vork te eten.`
Synoniemen:  behoren, betamen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanhoren behoren bekijken beluisteren betamen dienen gadeslaan gebruikelijk zijn geluid waarnemen gewaarworden hoor merken moeten observeren passen schikken signaleren te horen krijgen thuishoren toebehoren uitkomen vernemen voegen voelen waarnemen zien zullen

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo stil dat je een speld kunt horen vallen. (=bijzonder stil.)
• wie niet horen wil, moet voelen. (=wie niet luistert naar wijze raad, of wie ongehoorzaam is, zal de gevolgen wel aan den lijve ondervinden)
• men kan een speld horen vallen (=het is er muisstil)
• koeien met gouden horens beloven (=het onmogelijke beloven)
• ik kan het gras horen groeien (=het is erg stil.)
Toon alle 18 spreekwoorden die horen bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met horen een ander begrip versterken?
horendol;

12 definities op Encyclo
  1. het met je oren waarnemen vb: ik hoor dat er iemand aan komt lopen laat eens van je horen! [stuur eens een bericht] ik heb het van horen zeggen [anderen hebben het me ver...
  2. haar, hun
  3. Let op: Spelling van 1858 de Godinnen der jaargetijden, dochters van Jupiter en Themis, dienaressen van Juno, geleidsters van Apollo en de gratiën, en gewoonlijk als luc...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. mv. (in de fabelleer.) uren, zongeleidsters.
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-s), (ook HOORN), harde uitwas aan de koppen van vele viervoetige dieren; de -s van een hert, gewei; sprietje (ook huisje) van enke...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met horen:
horen bijhoren tothorens

Deze woorden eindigen op horen:
aanhorenafgeschorenbehorenfarshorenuithorennearshorenoffshorenonshorenooverhorenoverhorenschijfhorenspoelhorenpenhorenschorenposthorenthuishorentoebehorenuitgeschorenverhorentot wederhoren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. horen (godinnen)
  2. horen (ww.)
  3. horen = hoorn (uitsteeksel aan een dierenkop)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `horen` kennen.