Doorverwezen van hondenlullen > hondenlul Toon zonder doorverwijzing

de hondenlul

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  hondenlullen
Verbuigingen:  hondenlulletje

1) de penis van een hond

2) scheldwoord, in het bijzonder voor voetbalscheidsrechters
Voorbeeld:  `nadat een voetballer (op 7 december 1969) een scheidsrechter hondenlul had genoemd, was de kreet 'hi ha hondenlul' tientallen jaren zeer geliefd onder voetbalsupporters`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. Hondenlul is een scheldwoord, dat landelijke bekendheid kreeg door voetballer Piet Romeijn toen hij dat riep naar scheidsrechter Van Gemert op 7 december 1969. Romeijn w...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hondenlul:
hondenlullen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hondenlul

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 86% van de Vlamingen het woord `hondenlul`.