Doorverwezen van homo's > homo Toon zonder doorverwijzing

de homo

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhomo]
Verbuigingen:  homo|'s (meerv.)

man die zich seksueel tot mannen voelt aangetrokken
Voorbeelden:  `een parade van homo's en lesbo's`,
`homobar`
Antoniem:  hetero
Synoniemen:  homofiel, homoseksueel

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
flikker homofiel homoseksueel mietje nicht poot zemmel hetero (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Schrijf je na een voorvoegsel van Latijnse of Griekse oorsprong een koppelteken bij klinkerbotsing? Zie contra-indicatie / contraindicatie
  2. Schrijf je na een voorvoegsel van Latijnse of Griekse oorsprong een koppelteken bij klinkerbotsing? Zie homo-erotisch / homoerotisch
  3. Is coming-out correct geschreven? Zie coming-out


Intensiveringen
Uitdrukkingen die homo betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
ruig als een deurmat; ruig als een kokosmat;

7 definities op Encyclo
  • •mens •homoseksueel geaard persoon. (+audio)
  • wie zich aangetrokken voelt tot mensen van hetzelfde geslacht vb: hij houdt niet van meisjes, hij is homo Synoniemen: homoseksueel homofiel lesbisch homoseksueel [2] Tege...
  • [geslacht] - De mens (Homo) is een geslacht van de mensachtigen (Hominidae). De moderne mens (Homo sapiens) is de enige nog levende soort van dit geslacht. Er zijn twee ...
  • 1) Flikker 2) Gay 3) Geslacht 4) Grieks voorvoegsel 5) Homofiel 6) Homoseksueel 7) Mens 8) Mietje 9) Nicht 10) Poot
  • Gelijk..
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met homo:
    homo'shomoachtighomobarhomobomhomofielhomofielenhomofobiehomofonenhomofoonhomogaamhomogeenhomogeniserenhomograafhomografenhomohuwelijkhomohuwelijkenhomologatiehomologatieshomologeerhomologeerde
    Toon alle woorden die beginnen met homo

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. homo (homoseksuele persoon)
    2. homo (mens)