Doorverwezen van heerste > heersen Toon zonder doorverwijzing

heersen

werkw.
Uitspraak:  [ˈhersə(n)]
Vervoegingen:  heerste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geheerst (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) de macht hebben over
Synoniem:  de baas zijn
verdeel en heers  (speel mensen tegen elkaar uit om zelf meer macht te hebben)

2) actueel zijn
Voorbeelden:  `de heersende meningen in Nederland`,
`Er heerst griep.`
Synoniemen:  vóórkomen, er zijn

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
de overhand hebben domineren er zijn gezaghebben heerschappij voeren heersen van griep macht uitoefenen overheersen regeren verspreiden van ziekte vóórkomen

4 definities op Encyclo
  1. de macht hebben, de baas zijn vb: Karel V heerste over vele landen veel voorkomen vb: er heerst weer griep
  2. •de macht uitoefenen. • [medisch] als epidemie aanwezig zijn in de bevolking.
  3. 1) Beheersen 2) Besturen 3) De baas over iemand zijn 4) De baas spelen 5) De overhand hebben 6) De scepter zwaaien 7) Domineren 8) Er zijn 9) Gebieden 10) Gelden 11) Geza...
  4. regeren Jaar van herkomst: 1348 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op heersen:
beheersenoverheersen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
heersen (macht uitoefenen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `heersen`.