Doorverwezen van gijp > gijpen Toon zonder doorverwijzing

gijpen

werkw.
Verbuigingen:  gijpte
Verbuigingen:  gegijpt

1) enz.
Voorbeeld:  `Zin met het gijpen in de tweede betekenis erin.`

2) plotseling van stand veranderen van de zeilen wanneer met met de wind mee door de wind gaat
Voorbeeld:  `Het zeil was plotseling gegijpt en had hem een flinke klap toegebracht.`

3) met de wind mee door de wind gaan
Voorbeeld:  `Er moest gegijpt worden en dat vereiste enige oplettendheid, omdat zeil met een grote klap over hun hoofden zwaaide.`


Bron: WikiWoordenboek.

Spreekwoorden en zegswijzen
• op het gijpen liggen (=stervend of totaal buiten adem zijn)
Naar de spreekwoorden

5 definities op Encyclo
  1. Bij het voor-de-wind varen, het van de ene naar de andere kant brengen van een zeil. Moet met beleid gebeuren, want anders kan een gevaarlijke klapgijp ontstaan. Eigenlij...
  2. 1) Gapen 2) Naar adem snakken 3) Omslaan 4) Omslaan van het achterste zeil 5) Omslaan van de bezaan 6) Watertanden 7) Zeilterm
  3. Gijpen is een zeil- en windsurftechniek waarbij op een zeilschip de zeilen overgebracht worden naar het andere boord terwijl een voor-de-windse koers (wind recht van ach...
  4. voor de wind overstag gaan Jaar van herkomst: 1618 (WNT )
  5. 1> tijdens het zeilen met bakstagswind, de giek van de ene zijde naar de andere zijde overhalen of, bij achterin komende wind, de koers dusdanig veranderen, dat, terwijl ...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. gijpen (naar adem snakken)
  2. gijpen (omklappen van een zeil)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 73% van de Nederlanders en 38% van de Vlamingen het woord `gijpen`.