Doorverwezen van enkelvouden > enkelvoud Toon zonder doorverwijzing

het enkelvoud

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ɛŋkəlvɑut]
Verbuigingen:  enkelvoud|en (meerv.)

<vorm van een woord die aangeeft dat het om één persoon of zaak gaat>
Voorbeelden:  `De eerste persoon enkelvoud van het werkwoord 'zijn' is 'ik ben'.`,
`Het enkelvoud van 'kinderen' is 'kind'.`
Antoniem:  meervoud

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
meervoud (antoniem)

5 definities op Encyclo
  1. Zie singularis
  2. •een woord dat in die vorm naar één voorwerp of mens verwijst of dat aanduidt dat slechts één persoon de handeling uitvoert.
  3. 1) Eén exemplaar van iets 2) Eenvoud 3) Getal (taalk.) 4) Getal (taalkundig) 5) Grammaticale term 6) Simplex 7) Singularis 8) Spraakkunstige term 9) Taalkundig begrip 10...
  4. Het begrip enkelvoud of singularis betekent in de taalkunde dat in een taaluiting hetzij een bepaalde zaak in één exemplaar voorkomt, hetzij het aantal niet van belang...
  5. vorm van woord die aangeeft dat er slechts van één exemplaar sprake is Jaar van herkomst: 1805 (Weiland, Spraakkunst )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met enkelvoud:
enkelvoudenenkelvoudigenkelvoudigheid

Herkomst volgens etymologiebank.nl
enkelvoud (singularis)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `enkelvoud` kennen.