Doorverwezen van duikelaars > duikelaar Toon zonder doorverwijzing

de duikelaar

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  duikelaars
Verbuigingen:  duikelaartje

1) een speeltuigje met een verzwaarde voet dat omvergeworpen zichzelf weer in rechte stand terugbrengt
Voorbeeld:  `Z'n dochtertje zat met een duikelaartje te spelen.`

2) vogel van de moerassen van de beide Amerika's, waaronder Suriname, die vaak alleen met zijn lange hals boven water zwemt

3) een speler van een balspel zoals voetbal die de neiging heeft zich opzichtig te laten vallen om een vrije trap uit te lokken

4) ''slome duikelaar'' een niet al te snugger persoon
Voorbeeld:  `Die slome duikelaar hoef je dat echt niet te vragen.`


Bron: WikiWoordenboek.

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s, ...aren), die duikelt; zeker, zekere kinderspeelgoed; zeker, zekere watervogel; soort kleine scheepsspijker, duiker. ~STER,...
  2. Let op: Spelling van 1914 sur. Zie ANHINGA.
  3. 1) Babyspeelgoed 2) Buitelpoppetje 3) Kinderspeelgoed 4) Lisdodde 5) Soort watertor 6) Speelgoed 7) Watertor
  4. onbekend, bij Nicolaas Witsen genoemd scheepstype van de Zeeuwse wateren.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met duikelaar:
duikelaars

Deze woorden eindigen op duikelaar:
slome duikelaar

Herkomst volgens etymologiebank.nl
duikelaar (volksnaam of oude naam voor lisdodde)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 79% van de Vlamingen het woord `duikelaar`.