Doorverwezen van domicilieerde > domiciliëren Toon zonder doorverwijzing

domiciliëren

werkw.
Uitspraak:  [domisili'jerə(n)]
Vervoegingen:  domicilieerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedomicilieerd (volt.deelw.)

1) officieel ergens (gaan) wonen
Voorbeeld:  `Ik wil mij laten domiciliëren op het huisadres van mijn vriend.`
Synoniem:  woonachtig zijn

2) je bank als officieel adres kiezen voor (betalingen) financieel
Voorbeeld:  `rekeningen domiciliëren`

© Kernerman Dictionaries.

3 definities op Encyclo
  • Let op: Spelling van 1858 met de woon vestigen. Domicilum, Lat., verblijf, huisvesting, woonplaats; domicilium citandi et executandi, vaste woonplaats, alwaar men zijn be...
  • handelsrecht: het op een bepaalde plaats betaalbaar stellen van een wissel. ...
  • groei en conjunctuur, markten en prijzen: het op een bepaalde plaats betaalbaar stellen van een wissel. ...
  • Toon uitgebreidere definities