Doorverwezen van dokters > dokter Toon zonder doorverwijzing

de dokter

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈdɔktər]
Verbuigingen:  dokter|s (meerv.)

iemand die als beroep heeft zieke mensen beter te maken
Voorbeelden:  `naar de dokter gaan met een zere voet`,
`Als een kwaal moeilijk of ernstig is, stuurt de dokter je naar een specialist.`
Synoniem:  arts

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
arts geneesheer medicus

Spreekwoorden en zegswijzen
• met het water voor de dokter komen (=zeggen wat je bedoelt)
• haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Wat is het verschil tussen doctor en dokter? En wat is de juiste meervoudsvorm van die woorden? Zie Doctor / dokter

6 definities op Encyclo
  • (Medicus) In de zestiende en zeventiende eeuw waren er nog weinig dokters en die weinigen oefenden hun praktijk vooral in de grote steden uit. Zo telde Gouda, toch een st...
  • • [beroep] een arts, een geneesheer.
  • wie een officiële bevoegdheid heeft om zieken te behandelen vb: je moet met die wond naar de dokter Synoniemen: arts geneesheer medicus
  • 1) Arts 2) Beoefenaar van de geneeskunst 3) Beroep 4) Chirurgijn 5) Esculaap 6) Geneesheer 7) Geneeskundigde 8) Geneeskundige 9) Heelkundige 10) Heelmeester 11) Huisarts ...
  • arts Jaar van herkomst: 1576 (WNT )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met dokter:
    dokter uitdokterdedokterdendoktersdoktersadviesdoktersassistentdoktersassistentedoktersbezoekdoktersopleidingdoktersromandoktersvoorschriftdoktert

    Deze woorden eindigen op dokter:
    huisdokterscheepsdokterschooldokterspindokteruitdokterverdokterwetsdokterwonderdokter

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. dokter (arts)
    2. dokter (werktuig)