Doorverwezen van convergeer > convergeren Toon zonder doorverwijzing

convergeren

werkw.
Uitspraak:  [kɔnvɛr'xerə(n)]
Vervoegingen:  convergeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geconvergeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

naar elkaar toe bewegen, naar hetzelfde punt gaan
Voorbeelden:  `convergerende lijnen`,
`De verschillende technieken zullen convergeren en na verloop van tijd samenvallen.`
Antoniem:  divergeren

© Kernerman Dictionaries.

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 (wisk.) hoe langer hoe meer naderen. Het tegengestelde van divergeren
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik convergeerde, heb geconvergeerd), (nat.) zamenlopen, toenaderen; tot elkander neigen (van lijnen, lichtstralen...
  3. 1) Zich naar één punt richten
  4. in één punt samenkomend Jaar van herkomst: 1824 (WEI )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
convergeren (samenbuigen, zich naar één punt richten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 91% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `convergeren`.