Doorverwezen van bungelden > bungelen Toon zonder doorverwijzing

bungelen

werkw.
Uitspraak:  [̃ˈbʏŋələ(n)]
Vervoegingen:  bungelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebungeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) heen en weer bewegen
Voorbeelden:  `op een stoel zitten en met je benen bungelen`,
`aan een touw bungelen`,
`boven een afgrond bungelen`

2) in onzekerheid verkeren
Voorbeeld:  `We kregen geen informatie, ze lieten ons bungelen.`

© Kernerman Dictionaries.

3 definities op Encyclo
  1. 1) Schommelen 2) Slingeren
  2. hangend heen en weer bewegen vb: het meisje bungelt aan het klimrek
  3. slingeren Jaar van herkomst: 1782 (WNT bungelen II )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bungelen = bengelen (slingeren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 79% van de Vlamingen het woord `bungelen`.