Doorverwezen van builen > buil Toon zonder doorverwijzing

de buil

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [bœyl]
Verbuigingen:  buil|en (meerv.)

dikke bobbel op je huid
Voorbeeld:  `een buil op je hoofd door het stoten`
Synoniem:  bult
daar kun je je geen buil aan vallen  (daar loop je geen risico mee)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bobbel bolling builtje bult dikte kneuswond kneuzing knobb knobbel letsel opgezwollen plek opzetting pukkel steenpuist zak zeef zwelling buts (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• niets dan wonden en builen zoeken (=altijd willen vechten)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (B.m. en v.), (-en), gezwel, huidopzetting; zich eene - vallen of stooten. ~, bakkersgereedschap. ~EN, [bedrijvend werkwoord] [gelij...
  2. zie buidel
  3. een plek die dik en opgezet is vb: Igor stootte zich en heeft nu een buil op zijn hoofd daar kun je je geen buil aan vallen [daar zit niet veel risico aan]
  4. •een bobbel.
  5. 1) Abces 2) Akte 3) Baal 4) Bakkerszeef 5) Bluts 6) Bobbel 7) Bolling 8) Builtje 9) Bult 10) Bundel 11) Buts 12) Deuk 13) Dikte 14) Gezwel 15) Grote zeef 16) Huidgezwel 1...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met buil:
builderbuilderdebuilderdenbuilderenbuildertbuildingbuilenbuilenpest

Deze woorden eindigen op buil:
windbuil

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. buil (bult)
  2. buil = buidel (zak)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `buil` kennen.