Doorverwezen van buien > bui Toon zonder doorverwijzing

de bui

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [bœy]
Verbuigingen:  bui|en (meerv.)

1) korte periode van hevige regen, sneeuw of hagel
Voorbeeld:  `voor de bui binnen zijn`

2) humeur, stemming
Voorbeeld:  `een boze bui`

3)
bij buien  (af en toe, zo nu en dan) `bij buien somber zijn`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanval bevlieging gemoedsgesteldheid gemoedsstemming gemoedstoestand gril hagelbui humeur kuur luim nuk regenbui speling stemming

Spreekwoorden en zegswijzen
• voor de bui binnen zijn (=voordat het slecht werd genoeg verdiend hebben)
• de bui afwachten (=rustig afwachten wat voor onheil er komt)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je bui krachtiger uitdrukken?
flinke bui;

11 definities op Encyclo
  1. Kort durende, doch meestal hevige neerslag. Ze valt uit cumulo-nimbuswolken, zodra de sterke opstijgende luchtbewegingen, die deze wolken laten ontstaan, de zich in de wo...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (B.m.), (-jen), vlaag (van wind, regen enz.); maartsche buijen, ongestadige -, ruwe weersgesteldheid der maand Maart; (ook fig.) kor...
  3. In weerberichten wordt vaak onderscheid gemaakt tussen buien en regen. Een bui is een wolk waaruit korte tijd neerslag valt, in het algemeen korter dan een uur. Een bui k...
  4. Buienradar KNMI:
  5. • [meteorologie] een kortstondige periode van neerslag. •een voorbijgaande stemming. • [scheepvaart
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bui:
buidelbuideldierbuideldierenbuidelratbuidelrattenbuidelsbuienbuienradarbuigbuig afbuig doorbuig inbuig ombuig rechtbuig uitbuigbaarbuigenbuigingbuigpuntbuigpunten
Toon alle woorden die beginnen met bui

Deze woorden eindigen op bui:
huilbuipestbuiniesbuionweersbuiplensbuiregenbuidriftbuivreetbuistortbuihagelbuihoestbuihoosbuisneeuwbui
Toon alle woorden die eindigen op bui

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bui (vlaag)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bui`.