Doorverwezen van boemelaars > boemelaar Toon zonder doorverwijzing

de boemelaar

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  boemelaars
Verbuigingen:  boemelaartje

iemand die vaak boemelt (uitgaat)


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
pierewaaier slemper zwelger

2 definities op Encyclo
  1. iemand die aan de boemel is, d.w.z. uitgaat en daarbij veel alcohol drinkt, vooral door de kroegen af te lopen; fuifganger; kroegloper
  2. 1) Fuifnummer 2) Fuifnummer in de trein 3) Fuifnummer in een trein 4) Iemand die boemelt 5) Kroegloper 6) Lebemann 7) Lichtmis 8) Lolmaker 9) Losbol 10) Pierewaaier 11) R...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met boemelaar:
boemelaars

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 80% van de Nederlanders en 91% van de Vlamingen het woord `boemelaar`.