Doorverwezen van bodes > bode Toon zonder doorverwijzing

de bode

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  boden, bodes

iemand die gezonden wordt om een bericht, dienst, voorwerp enz. af te leveren
Voorbeeld:  `De bode verkondigde een boodschap van grote vreugde.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
bediende besteller bezorger conciërge dienaar koerier koster pedel postbode rondbrenger

11 definities op Encyclo
  1. Functionaris, in dienst van een overheidsinstelling en belast met verschillende logistieke werkzaamheden. De eerste bode van het Drentse bestuur werd in 1602 benoemd en ...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. en v. (-n), zendeling, afgezant, boodschapper; -des vredes. ~AMBT, o. geen meervoud betrekking van bode. ~LOON, o. (-en), fooi.
  3. iemand die voor zijn beroep iets rondbrengt vb: er verscheen een bode met een pakje
  4. •iemand die gezonden wordt om een bericht of voorwerp af te leveren. • •Nederlands
  5. iemand die een, meestal belangrijke, boodschap overbrengt, vaak iemand die een bijzondere of goddelijke gave heeft; boodschapper
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bode:
Bodediagrambodegabodega'sbodembodemanalysebodemanalysesbodemerosiebodemklinkbodemkundebodemloosbodemprocedurebodemsbodemvervuilingbodemziektebodenbodes

Deze woorden eindigen op bode:
postbodeijlbodedienstbodezendbodevoorbode

Herkomst volgens etymologiebank.nl
bode (boodschapper)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bode`.