Doorverwezen van biggelden > biggelen Toon zonder doorverwijzing

biggelen

werkw.
Afbreekpatroon:  'big - ge - len
Vervoegingen:  biggelde (verl.tijd )
Vervoegingen:  heeft gebiggeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) met bikkels of kiezelsteentjes spelen algemeen
Synoniem:  biegelen; bikkelen; bickelen

2) naar beneden rollen (van tranen) algemeen
Voorbeeld:  `De tranen biggelden over haar wangen.`


Synoniemen
druipen stromen

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (alleen in den 3en pers.), (het biggelde, is of heeft gebiggeld), tranen biggelen langs zijne wangen.
  2. 1) Druipen 2) Naar beneden rollen 3) Naar beneden stromen 4) Rollen van tranen 5) Stromen 6) Vloeien
  3. (Gezegd van tranen, zweetdruppels, regendruppels, etc.) snel omlaag druppelen; naar beneden stromen
  4. (van tranen) naar beneden rollen Jaar van herkomst: 1599 (Kil. )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
biggelen (naar beneden rollen van tranen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 68% van de Nederlanders en 61% van de Vlamingen het woord `biggelen`.