Doorverwezen van bewoond > bewonen Toon zonder doorverwijzing

bewonen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈwonə(n)]
Vervoegingen:  bewoonde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bewoond (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

wonen in (iets)
Voorbeelden:  `een huis bewonen`,
`een bewoonde grot`,
`bewoond gebied bereiken`

© Kernerman Dictionaries.

4 definities op Encyclo
  1. er wonen vb: dit huis wordt bewoond door vier personen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik bewoonde, heb bewoond), wonen in; een huis -, eene stad -. *...WONER, m. (-s), de bewoners...
  3. •wonen in, wonen op.
  4. 1) Als woning gebruiken 2) Ergens in leven 3) Huizen in 4) Inwonen 5) Verblijf houden
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `bewonen`.