I benaarstigen

werkw.
Verbuigingen:  benaarstigde
Verbuigingen:  benaarstigd

1) enz.

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het benaarstigen in de tweede betekenis erin.`


II benaarstigen

werkw.
Verbuigingen:  benaarstigde zich
Verbuigingen:  heeft zich benaarstigd

zich met ijver op iets toeleggen
Voorbeeld:  `Zodat de priesters niet meer volvaardig waren om de dienst te doen bij het altaar, maar de tempel verachtende, en de offeranden nalatende, benaarstigden zich, om deel te nemen aan de onwettelijke oefeningen, die in de worstelplaats geschiedden, nadat zij anderen beroepen hadden, om met de bal te spelen;.`


Bron: WikiWoordenboek.

2 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bedrijvend werkwoord ZICH -, ww. gelijkvloeiend (ik benaarstigde mij , heb mij benaarstigd; zich met ijver op iets toeleggen. *...
  2. 1) Inspannen
Toon uitgebreidere definities