Doorverwezen van beenderen > been Toon zonder doorverwijzing

het been

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ben]
Verbuigingen:  benen (meerv.)

1) elk van de onderste ledematen van een mens anatomie
Voorbeelden:  `je been breken`,
`met de benen over elkaar`
iets aan je been hebben  (met iets vervelends te maken krijgen)
op je achterste benen staan  (boos op iets reageren)
met je verkeerde been uit bed stappen  (een slecht (ochtend)humeur hebben)
je beste beentje voorzetten  (je best doen)
op eigen benen staan  (zelfstandig zijn)
nog goed ter been zijn  (nog goed kunnen lopen)
slecht ter been zijn  (slecht kunnen lopen)
met één been in het graf staan  (bijna dood zijn)
veel publiek op de been brengen  (veel mensen trekken die komen kijken, luisteren enz.)
iemand op de been helpen  (iemand zó helpen dat hij weer alleen verder kan)
zich op de been houden  (zorgen dat je niet ziek wordt)
op één been kun je niet lopen  (je hebt van veel dingen er twee nodig)
op je laatste benen staan  (uitgeput zijn)
de benen nemen  (vluchten)
je been stijf houden  (koppig zijn)
iemand op het verkeerde been zetten  (iemand misleiden)
weer op de been zijn  (weer zijn hersteld na een ziekte)
iemand tegen het zere been schoppen  (iemand kwetsen)
met beide benen op de grond staan  (realistisch zijn)
even de benen strekken  (een wandelingetje maken)
geen been hebben om op te staan  (geen argumenten hebben)
je benen uit je lijf lopen  (heel hard lopen of werken)
al veel kilometers in de benen hebben  (al veel gelopen hebben)
iemand beentje lichten  (iemand laten struikelen)

2) deel van het skelet
Synoniem:  bot
ergens geen been in zien  (er geen bezwaar tegen hebben, er geen probleem in zien)

3) wat op een been (1) lijkt
Voorbeeld:  `de benen van een paard`
de benen van een passer  (de scharnierende delen van een passer)
de benen van de letter 'M'  (de poten van de letter 'M')

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bot botbeen gebeente ledemaat onderbeen poot

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn beste beentje voorzetten (=iets zo goed mogelijk doen.)
• vlees en been bezitten (=niet mager en eerder groot zijn)
• vel over been zijn (=erg mager zijn)
• tegen het zere been schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt.)
• steen en been klagen. (=luid en heftig klagen.)
Toon alle 24 spreekwoorden die been bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met been een ander begrip versterken?
steen en been klagen; beendroog; beenhard; hard als been; de benen uit je gat lopen; de benen uit je lijf lopen; de benen vanonder je gat lopen; de benen vanonder je lijf lopen; door merg en been gaan;

13 definities op Encyclo
  1. bot - Jaar van herkomst: 1477 (Teuth. ) onderste lichaamsdeel - Jaar van herkomst: 1100 (Willeram )
  2. Een combinatie van organisch en-of anorganisch materiaal die hoofdzakelijk bestaat uit collageen en calciumfosfaat; het vormt het geraamte van de meeste gewervelde dieren...
  3. bestaande uit dijbeen , onderdijbeen, loopbeen en tenen; loopt in lengte, dikte, kleur en aantal tenen uiteen.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. [geen meervoud] gebeente, beenige zelfstandigheid. ~, (mv. beenderen), hardste deel van een dierlijk lichaam; in - werken, voorwerpe...
  5. Uit `De lagere vaktalen: De leerlooiers-, zadelmakers- en schoenmakerstaal` 1914 het bovenleer van den schoen bestaande uit den overschoen en de kap.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met been:
been aanbeen bijbeen uitbeenachtigbeenbeschermerbeenblokkenbeendebeendenbeenderenbeendergestelbeenhakkerbeenhambeenhouwerbeenhouwerijbeenhouwerijenbeenhouwersbeenloosbeenmergbeenmergoedeembeenmergpunctie
Toon alle woorden die beginnen met been

Deze woorden eindigen op been:
bovenbeendijbeenijsbeenkraakbeencarbeenonderbeendarmbeentoeristenbeenrechterscheenbeenrechteronderbeenlinkerscheenbeenrechterbovenbeenlinkeronderbeenlinkerdijbeenlinkerbovenbeenrechterdijbeenlinkerbeenrechterbeenscheenbeensleutelbeen
Toon alle woorden die eindigen op been

Herkomst volgens etymologiebank.nl
been (lichaamsdeel)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `been`.