atb'en

werkw.
Afbreekpatroon:  a - t - 'b - en
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  atb'de (verl.tijd )
Vervoegingen:  ge-atb'd (volt.deelw.)

snel fietsen over ruig terrein met een daarvoor geschikte fiets sport
Voorbeeld:  `na een val met zijn mountainbike had hij geen zin meer in atb'en`