Doorverwezen van assuradeurs > assuradeur Toon zonder doorverwijzing

de assuradeur

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  assuradeuren<br>assuradeurs
Verbuigingen:  assuradeurtje

1) een onderneming die verzekeringen afsluit, verzekeraar
Voorbeeld:  `De assuradeur weigerde de verzekering af te sluiten.`

2) een tussenpersoon met de bevoegdheid van een verzekeraar


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
verzekeraar

10 definities op Encyclo
  1. Een andere benaming voor verzekeringsmaatschappij (zie aldaar) of voor een gevolmachtigd agent (zie aldaar) hiervan.
  2. Let op: Spelling van 1858 verzekeraar. Assurantie, verzekering, waarborg. Assureren, verzekeren
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), verzekeraar.
  4. Oorspronkelijk was een assuradeur de persoon of firma die als gevolmachtigd agent van een of meer binnen- of buitenlandse verzekeringsmaatschappijen voor rekening en risi...
  5. •een onderneming die verzekeringen afsluit.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met assuradeur:
assuradeurenassuradeurs

Herkomst volgens etymologiebank.nl
assuradeur

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 53% van de Nederlanders en 19% van de Vlamingen het woord `assuradeur`.