Doorverwezen van apothekers > apotheker Toon zonder doorverwijzing

de apotheker

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [apo'tekər]
Verbuigingen:  apotheker|s (meerv.)

de apotheker|es

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ɑpotekər'|ɛs]
Verbuigingen:  apothekeres|sen (meerv.)

iemand die als beroep medicijnen maakt en verkoopt
Voorbeeld:  `ziekenhuisapotheker`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
farmaceut pil pillendraaier

Taaladvies
Apoteker / apotheker: Wat is de correcte vorm: apoteker of apotheker?

8 definities op Encyclo
  1. Een persoon die opgeleid, gediplomeerd en bevoegd is om geneesmiddelen te bereiden en te verkopen.
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), artsenijbereider. ~SBEDIENDE, m. (-n). ~SGEZEL, m. (-len). ~SKNECHT, m. (-en), provisor. ~SBOEK, o. (-en), pharmacopoea. ~SDOO...
  3. iemand die medicijnen maakt en verkoopt vb: ik vroeg aan de apotheker welke tabletten ik moest nemen
  4. • [beroep] iemand die beroepsmatig geneesmiddelen bereidt en verkoopt.
  5. 1) Artsenijbereider 2) Bereider en verkoper van geneesmiddelen 3) Beroep 4) Drogist 5) Farmaceut 6) Geneesmiddelenbereider 7) Medisch beroep 8) Pil 9) Pillendraaier 10) V...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met apotheker:
apothekers

Deze woorden eindigen op apotheker:
ziekenhuisapotheker

Herkomst volgens etymologiebank.nl
apotheker (geneesmiddelenbereider en -verkoper)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `apotheker`.