Doorverwezen van apostelen > apostel Toon zonder doorverwijzing

de apostel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [aˈpɔstəl]
Verbuigingen:  apostel|en, apostel|s (meerv.)

één van de twaalf leerlingen van Jezus
Voorbeeld:  `Paulus wordt wel de dertiende apostel genoemd`
Synoniem:  discipel

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
discipel

14 definities op Encyclo
  1. Volgeling van Jezus, uitgekozen als één van de 12 die bij de kern van de eerste Jezusbeweging hoorden.
  2. bode
  3. Een van de twaalf discipelen door Jezus uitverkoren om hem tijdens zijn leven te vergezellen en na zijn dood het evangelie te verspreiden.
  4. Let op: Spelling van 1858 gezant, leergezant. Apostolische, van eenen apostel afkomstig. Apostolische stoel, pauselijke waardigheid. Apostolische Koning, titel des Koning...
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s, -en), gods-, kruisgezant, geloofsbode; voortplanter, verdediger (eener leer enz.); (zeew.) boegstuk; de handelingen der -en, ee...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met apostel:
apostelenapostelsapostelschap

Deze woorden eindigen op apostel:
aartsapostel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. apostel ( door Christus gezondene)
  2. apostel (onderdeel van een schip)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `apostel`.