Doorverwezen van aflos > aflossen Toon zonder doorverwijzing

aflossen

werkw.
Uitspraak:  ɑflɔsə(n)]
Vervoegingen:  loste af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgelost (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (een schuld) betalen
Voorbeeld:  `een hypotheek in dertig jaar aflossen`

2) werk overnemen (van iemand)
Voorbeeld:  `'s morgens je collega's van de nachtdienst aflossen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afbetalen inlossen inspringen remplaceren vernieuwen vervangen verwisselen

8 definities op Encyclo
  1. • [ov] de plaats innemen van. • [ov] geheel of gedeeltelijk voldoen.
  2. Onder aflossen verstaan we het periodiek terugbetalen van een deel van de hoofdsom bij een lening of een hypotheek. ( > Beleggen > effecten > obligaties)
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik loste af, heb afgelost), laten afgaan, afvaren, afschieten (een kanon, een geweer); overnem...
  4. het van iemand anders overnemen, zijn plaats innemen vb: de dagploeg wordt afgelost door de nachtploeg je schuld aflossen [die terugbetalen]
  5. 1) Afbetalen 2) De plaats innemen van 3) Delgen 4) In taak vervangen 5) Inlossen 6) Inspringen 7) Remplaceren 8) Terugbetalen 9) Veranderen 10) Verbeurten 11) Vernieuwen ...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `aflossen` kennen.