Doorverwezen van aangevangen > aanvangen Toon zonder doorverwijzing

aanvangen

werkw.
Uitspraak:  ['anvɑŋə(n)]
Vervoegingen:  ving aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is aangevangen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

beginnen formeel
Voorbeelden:  `deze week aanvangen met de administratie`,
`Je moet weten wanneer de termijn waarop je bezwaar kunt indienen aanvangt.`
Antoniem:  eindigen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbreken aangaan aanknopen aanvaarden beginnen intreden starten van start gaan uitscheiden (antoniem)

4 definities op Encyclo
  1. beginnen Jaar van herkomst: 1350 (MNW )
  2. • [erga] beginnen, starten.
  3. ergens mee starten vb: wanneer vangt de voorstelling aan?
  4. 1) Aanbreken 2) Aangaan 3) Aanheffen 4) Aanknopen 5) Aansnijden 6) Aanvaarden 7) Aanzetten 8) Beginnen 9) Debuteren 10) Incipiëren 11) Ingaan 12) Intreden 13) Ontspringe...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
aanvangen (beginnen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `aanvangen`.