Doorverwezen van aanlegde > aanleggen Toon zonder doorverwijzing

aanleggen

werkw.
Uitspraak:  anlɛxə(n)]
Vervoegingen:  legde aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangelegd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) zorgen dat iets er komt
Voorbeelden:  `een computernetwerk aanleggen`,
`een postzegelverzameling aanleggen`
Synoniemen:  bouwen, maken

2) (aan de wal) gaan vastliggen
Voorbeeld:  `De kapitein besloot aan te leggen bij de pier.`

3)
het met iemand aanleggen  (een verhouding beginnen met iemand)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbrengen aandoen aanmeren afmeren bouwen inrichten installeren meren monteren en aansluiten plaatsen richten vastbinden vastleggen vastmaken vastmeren

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand de ijzers aanleggen (=iemand boeien of onder grote druk zetten)
• bij elk heilig huisje aanleggen (=alle cafés bezoeken)
• aan alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
• aan alle heilige huisjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Opmaken / aanleggen / samenstellen: (een dossier - ) Is een dossier opmaken correct?

12 definities op Encyclo
  1. Het tot stand brengen of uitvoeren van een tuinontwerp. Zie ook weblinks tuinaanleg- en tuinonderhoud.
  2. Het beginnen van een bouwwerk door het leggen van de eerste laag stenen voor gemetselde funderingen van opgaande muren.
  3. echt Nederlandsche handelswoorden (1914):'t noodige verrichten om een schip te bevrachten naar een bepaalde haven.
  4. het geweer richten op
  5. [ bouwkundige termen] Wanneer men het bouwen begint met de het leggen van de eerste laag stenen voor een gemetselde fundering, wordt dat aanleggen genoemd.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
aanleggen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `aanleggen`.