Doorverwezen van kleedde > aankleden Toon zonder doorverwijzing

aankleden

werkw.
Uitspraak:  ankledə(n)]
Vervoegingen:  kleedde aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangekleed (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

kleren aandoen
Voorbeelden:  `je weer aankleden na het zwemmen`,
`een patiënt helpen met aankleden`
Antoniem:  uitkleden
Synoniem:  kleden

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandoen aantrekken decoreren kleden opdirken versieren versieringen aanbrengen

3 definities op Encyclo
  1. kleren aan het lijf doen vb: wanneer kleden jullie je aan? Synoniem: kleden Tegenstelling: uitkleden iets versieren, gezelliger maken vb: zullen we de zaal een beetje aan...
  2. •meubileren, van toebehoor of uitbreiding voorzien. •"zich ~": zijn kledij aantrekken
  3. 1) Aan het lichaam doen 2) Aandikken 3) Aandoen 4) Aantrekken 5) Decoreren 6) Kleden 7) Kledij aandoen 8) Kleding aandoen 9) Kleren aandoen 10) Opdirken 11) Optuigen 12) ...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `aankleden` kennen.