Doorverwezen van aaneengebonden > aaneenbinden Toon zonder doorverwijzing

I aaneenbinden

werkw.
Verbuigingen:  bond aaneen
Verbuigingen:  aaneengebonden

met touw of koord bundelen
Voorbeeld:  `Hij had de schoenen paarsgewijs met de veters aaneengebonden.`


II aaneenbinden

werkw.
Verbuigingen:  bond aaneen zich
Verbuigingen:  heeft zich aaneengebonden

aan elkaar vastbinden (ook fig.)
Voorbeeld:  `Momenteel is er een klein groepje landen dat zich nauw aaneenbindt.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
aan elkaar binden samenbinden verbinden

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Samen binden 2) Samenbinden 3) Verbinden
Toon uitgebreidere definities