Doorverwezen van aangebonden > aanbinden Toon zonder doorverwijzing

aanbinden

werkw.
Uitspraak:  ['ambɪndə(n)]
Vervoegingen:  bond aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangebonden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

met een touw of riem vastmaken
Voorbeeld:  `jonge bomen aanbinden`
Synoniem:  vastbinden

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanhechten aanknopen beginnen

Spreekwoorden en zegswijzen
• de kat de bel aanbinden (=een netelige kwestie ter sprake brengen)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  1. Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 de hop aanbinden: met biezen de hop aan de staken vastbinden.
  2. •met bijvoorbeeld een koord, riem of touw bevestigen.
  3. 1) Aandoen 2) Aanhechten 3) Aanknopen 4) Beginnen 5) Beginnen met de strijd 6) Een conflict aanvaarden 7) Gevaarlijk plan uitvoeren 8) Vastknopen 9) Vastmaken (van schaat...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 94% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `aanbinden`.